Waarom mijn AOW in de camper meer waard is dan thuis (en hoe ik dat voor elkaar krijg)

De kassabon was 114 euro. Ik keek ernaar, toen naar mijn karretje bij de Albert Heijn in Nederland, en toen weer naar de bon. Twee tassen vol. Een paar stukken vlees, wat groente, brood, een flesje wijn. Niks geks. Twee weken later stonden we op een markt in een klein dorpje in de Alentejo, Portugal. Ik gaf een man met een door de zon gelooid gezicht 20 euro voor een kist vol tomaten, paprika’s, uien, knoflook en aardappelen die nog naar aarde roken. Bij de slager ernaast kocht ik voor een tientje genoeg varkensvlees voor drie dagen. Dat was het moment dat het kwartje definitief viel. Onze vrijheid zat niet alleen in het kunnen gaan en staan waar we wilden. De échte vrijheid was ontsnappen aan de Nederlandse kosten van levensonderhoud.

Toen mijn vrouw en ik besloten het huis te verkopen en in onze zelfgebouwde Mercedes 508 te gaan wonen, had iedereen een mening. “Dat kun je toch niet betalen van een pensioentje?” was de meest gehoorde. Men denkt bij fulltime reizen aan luxe, aan dure campings en elke avond uit eten. Dat is het opgepoetste Instagram-verhaal. De werkelijkheid is een stuk simpeler, en eerlijk gezegd, een stuk goedkoper dan een rijtjeshuis in Zoetermeer.

Het is pure wiskunde. Ik ben een techneut, dus ik heb het uitgerekend. Onze vaste lasten thuis waren enorm: hypotheek, gemeentebelastingen, waterschap, een absurd energiecontract. In de bus zijn mijn vaste lasten de verzekering en de wegenbelasting. Een schijntje in vergelijking. De rest is variabel, en daar zit de winst.

Lees ook:  ‘Onze hond werd doodziek in de Pyreneeën’: hoe een oude Franse dierenarts een ramp voorkwam.

De grootste kostenpost voor een camperaar is diesel. Wij dachten in het begin ook dat we heel Europa moesten zien. Elke twee dagen verkassen, honderden kilometers vreten. Gevolg: een lege tank en een lege portemonnee. De verkoper van campers vertelt je over de krachtige motor, maar in de praktijk blijkt dat je die motor zo min mogelijk moet gebruiken. We reizen nu traag. We zoeken een mooie regio, bijvoorbeeld de Picos de Europa in Spanje, en blijven daar gerust drie of vier weken hangen. We vinden een perfect vrijsta-plekje via Park4night (de gratis plekken, niet die veredelde parkeerplaatsen voor 15 euro) en gebruiken de fiets voor de boodschappen. Rust voor ons, rust voor de portemonnee.

Dan de tweede boosdoener: de camping. We hebben er in het begin gestaan. Je betaalt 35 euro per nacht voor een stukje gras, luidruchtige buren en een douche waar je met munten in moet. Waanzin. Onze bus is zelfvoorzienend. We hebben 300 watt aan zonnepanelen op het dak, een Victron omvormer en een 200Ah lithium accu. Stroom is gratis. Voor water vullen we onze tank bij een sanistation. In plaats van een dure gasfles van Benegas om te ruilen, heb ik een vaste LPG-tank onder de bus gemonteerd. LPG kost een fractie van propaan en is overal in Europa te krijgen. Dat was een investering, maar die heb ik er in twee winters al uitgehaald.

Maar de allergrootste besparing zit in het dagelijks leven. We eten wat de lokale bevolking eet. Geen hagelslag of pindakaas uit een speciaalzaak. In Spanje eten we linzenstoof, in Frankrijk halen we een vers stokbrood en wat lokale kaas. Koken doen we zelf, op ons tweepits gasstel. Het smaakt beter, het is gezonder en het kost bijna niets.

Lees ook:  Zoveel kost een maand overwinteren in Portugal echt (en we hebben niet bespaard op wijn)

Mijn harde lessen voor een betaalbaar leven op wielen:

  • Rij minder, ervaar meer. Je grootste kostenpost is brandstof. Blijf langer op één plek. De ware schoonheid van een regio ontdek je niet door er met 90 kilometer per uur doorheen te jagen.
  • Investeer in onafhankelijkheid. Zonnepanelen en een goede accu zijn geen luxe, ze zijn je ticket naar vrijheid. Een vaste LPG-tank is voor overwinteraars een slimme zet die zichzelf snel terugverdient.
  • Schrap de camping. Een camping is een vakantiepark. Als je fulltime reist, is dat je dagelijks leven. Zoek de rust en de gratis plekken. Een goede app en een beetje gezond verstand brengen je op de mooiste locaties.
  • Eet lokaal en kook zelf. Vermijd de geïmporteerde producten in de supermarkt en duik de lokale markt op. Het is niet alleen goedkoper, maar ook onderdeel van de reiservaring.

Soms zitten we ’s avonds voor de bus, met een glas lokale wijn van twee euro per fles. We horen de krekels, kijken naar de sterren en voelen ons de rijkste mensen op aarde. Niet omdat we veel hebben, maar omdat we weinig nodig hebben. En die AOW? Die is hier meer dan genoeg.