Waarom wij de kust dit jaar overslaan: De verborgen magie van de Spaanse binnenlanden

De Costa del Sol, de Costa Brava en de drukke boulevards van Alicante: voor veel camperaars zijn ze de ultieme droom. Toch maken wij dit jaar een bewuste keuze om de Spaanse kustlijn volledig links te laten liggen. Terwijl de campings aan de Middellandse Zee volstromen en de prijzen in 2026 de pan uit rijzen, ontdekken we de ‘wilde’ binnenlanden van Spanje. Een regio waar de tijd lijkt stil te staan, waar je nog echt de ruimte hebt en waar de portemonnee niet bij elke stop direct leegloopt.

Wie de kaart van Spanje bekijkt, ziet dat het hart van het land vaak wordt overgeslagen op weg naar het zonnige zuiden. Dat is een gemiste kans. Zodra de kustregio’s achter je liggen en je de ruige hoogvlaktes van Extremadura inrijdt, verandert de wereld om je heen. De drukte en het constante geluid van verkeer maken plaats voor een serene stilte. De betonblokken van de kustgebieden worden ingeruild voor middeleeuwse dorpjes, authentieke pleinen en een natuur die nog echt ongerept aanvoelt.

De rust die aan de kust verdwenen is

Laten we eerlijk zijn: de populaire kustgebieden zijn in 2026 drukker dan ooit. Een fatsoenlijk plekje vinden op een camperplaats aan de kust vereist tegenwoordig weken van tevoren reserveren. De prijzen voor een overnachting aan de Costa Blanca liggen in het hoogseizoen inmiddels op het niveau van een gemiddelde hotelkamer. Je staat er vaak bumper aan bumper, met weinig privacy en veel omgevingsgeluid van nabijgelegen boulevards en discotheken.

In regio’s zoals Castilla-La Mancha en Aragón is het tegenovergestelde waar. Hier is de kans groot dat je de enige camper bent op een prachtig dorpsplein of op een van de vele gratis áreas de autocaravanas. De Spaanse gastvrijheid is hier nog puur en onvervalst; in plaats van de zoveelste toerist in de rij, word je hier vaak nog als een welkome gast behandeld door de lokale bevolking.

Lees ook:  Gratis overnachten met uitzicht op de Pyreneeën? Deze 5 'miradores' zijn nog legaal

3 Regio’s die de moeite waard zijn

1. De Sierra de Albarracín (Aragón) Dit gebied wordt niet voor niets een van de mooiste stukjes Spanje genoemd. Het dorp Albarracín zelf, met zijn karakteristieke rozeachtige huizen die tegen de rotswand zijn gebouwd, is sprookjesachtig. Voor camperaars is de omgeving een paradijs. Je vindt er kronkelende wegen door diepe kloven en langs kletterende watervallen. Het grote voordeel van deze regio is het klimaat; door de hoge ligging is het er in de zomer heerlijk koel, wat een verademing is vergeleken met de verzengende hitte aan de kust.

2. Extremadura: Het ‘wilde westen’ van Spanje Extremadura is rauw, leeg en adembenemend mooi. Voor natuurliefhebbers is het Nationaal Park Monfragüe een absolute must. Vanaf de bekende gierenrots Salto del Gitano kun je zeldzame arenden zien cirkelen boven de rivier de Taag. Je kunt hier uren rijden door de eikenbossen waar de beroemde Iberico-varkens scharrelen, zonder ook maar één andere camper tegen te komen. Historische steden als Cáceres en Trujillo bieden bovendien een culturele diepgang waar geen enkele badplaats tegenop kan.

3. De kloven van de Ribeira Sacra (Galicië) Helemaal in het noordwesten vind je de Ribeira Sacra, wat letterlijk ‘Heilige Oever’ betekent. Hier hebben de rivieren Sil en Miño diepe kloven in het landschap gesleten. Het landschap doet bijna on-Spaans aan met zijn intens groene hellingen en steile wijngaarden. Voor camperaars zijn er talloze miradores (uitzichtpunten) waar je kunt genieten van vergezichten die je aan de kust simpelweg niet vindt. De rust in dit wijngebied is overweldigend en de vele eeuwenoude kloosters die in de bossen verscholen liggen, maken de mystieke sfeer compleet.

Lees ook:  De verborgen kust van Denemarken: waarom de Noordzee-kant veel leuker is dan de Oostzee

Het financiële voordeel: Een wereld van verschil

Naast de rust en de ruimte is er natuurlijk het financiële aspect. In het binnenland leef je nog voor een fractie van de prijs die je aan de kust betaalt. Een Menu del Día – een uitgebreide driegangenlunch inclusief wijn en water – vind je in de dorpen nog steeds voor bedragen tussen de €12 en €15. De lokale markten verkopen producten rechtstreeks van het land, zonder de ’toeristentax’ die je in de kustplaatsen overal terugziet. Ook de brandstofprijzen bij de onbemande stations op de industrieterreinen in het binnenland zijn vaak enkele dubbeltjes lager dan langs de grote snelwegen naar het zuiden.

Conclusie: Is het binnenland iets voor jou?

Natuurlijk moet je eerlijk zijn: je hebt in het binnenland geen zee voor de deur. Voor wie niet zonder het strand kan, is dit wellicht niet de ideale route. Maar wat je ervoor terugkrijgt is een authentieke Spaanse ervaring. Voor de reiziger die op zoek is naar vrijheid, lege wegen en spectaculaire zonsondergangen boven de Spaanse hoogvlaktes, is het binnenland in 2026 de enige juiste keuze. De drukte aan de kust laten wij dit jaar dan ook met een gerust hart aan anderen over.