Sla de tolweg over: Deze bergroute in Frankrijk is de mooiste omweg naar het zuiden

Iedereen kent het wel. Je tuft met je camper richting het zuiden en de navigatie stuurt je onverbiddelijk de A31 op. Een eindeloze streep grijs asfalt, geflankeerd door geluidswallen en fantasieloze parkeerplaatsen. Je betaalt een flink bedrag aan tol om vervolgens in een konvooi van vrachtverkeer te belanden. En ’s avonds sta je hutjemutje op een camperplaats bij de snelweg, waar je de motoren hoort ronken. Het kan anders. Sterker nog, het moet anders.

Een klein stukje naar het oosten, parallel aan die dure snelweg, ligt een van de mooiste stuurmanswegen van Frankrijk: de Route des Crêtes in de Vogezen. Dit is geen weg voor wie haast heeft, maar wel voor wie wil genieten van de reis zelf. Dit is het Frankrijk waar ik mijn oude diesel voor start.

De route, aangelegd in de Eerste Wereldoorlog om troepen te bevoorraden, slingert over de hoogste toppen van de Vogezen. Je rijdt hier niet door de bergen, maar eroverheen. Zodra je bij Cernay de D431 opdraait, laat je de drukte achter je. De weg klimt gestaag en de geur van dennennaalden vult je cabine. Het geluid van het verkeer wordt vervangen door het zachte gerinkel van koebellen.

Wat je ziet, is een landschap van glooiende, groene bergtoppen – de Fransen noemen ze ballons – en diepe, stille bossen. Op heldere dagen stop je op een van de vele parkeerhavens en kijk je uit over het Rijndal tot aan het Zwarte Woud. Op andere dagen rijd je met je koplampen aan door een mysterieuze wolk, wat een heel eigen sfeer heeft. De weg zelf is goed onderhouden. Mijn zelfbouwcamper is breed en niet de krachtigste, maar met rustig rijden is het prima te doen. Sommige haarspeldbochten vragen wat stuurmanskunst, maar het is nergens echt verraderlijk.

Lees ook:  Vergeet het Gardameer: dit onontdekte meer in Noord-Italië is de ultieme gratis camperstop

Ervaren Frankrijk-gangers weten dat de mooiste plekken vaak niet in de gidsen staan. Op kaarten van Park4Night wordt deze regio vaak overgeslagen ten gunste van de grote namen verderop. En dat is maar goed ook. Hier vind je nog de rust. Ik herinner me een overnachting op een parkeerplaats nabij de Grand Ballon, de hoogste top. Er stond één andere camper, van een Duits stel. Verder niets. Alleen het geluid van de wind en een uitzicht waar je stil van wordt. Geen slagboom, geen pasjes, geen gedoe.

Langs de route liggen diverse ferme-auberges, boerderijherbergen waar je voor een schappelijke prijs kunt eten wat de boer die dag heeft gemaakt. Een stevige maaltijd met een lokaal wijntje. Dat is de authenticiteit die je op een aire langs de snelweg nooit zult vinden.


De ‘Need to knows’ voor de Route des Crêtes

  • Beste reistijd: Eind mei, juni en september. Dan is de natuur op z’n mooist, de sneeuw is weg en je vermijdt de Franse en Duitse zomervakanties.
  • Type camperplaats: Er zijn een paar officiële aires, maar de charme zit hem in het vrijstaan op de vele parkeerplaatsen langs de route (wordt vaak gedoogd buiten het hoogseizoen) of een plekje bij een ferme-auberge na een maaltijd.
  • Prijsindicatie: Vrijstaan is gratis. Een officiële plek kost zelden meer dan €15, vaak zonder voorzieningen.
  • Specifieke waarschuwing: Het weer in de bergen kan plotseling omslaan. Zonnig in het dal betekent niet altijd zonnig op de top. Een dichte mist kan het zicht flink beperken.

Laat de tolpoorten en de race naar het zuiden maar voor wat ze zijn. Het echte reizen begint waar het asfalt smaller wordt en de uitzichten weidser. Start de motor, pak die afslag en ontdek een stukje Frankrijk dat de meeste camperaars letterlijk links laten liggen.

Lees ook:  Vergeet de drukte in Winterberg: Dit Duitse woud is jouw stille winterparadijs