Ik snap het wel. De camper staat in de stalling, want de winter is voor de meesten geen kampeerseizoen. Te koud, te veel gedoe. En als je dan toch gaat, beland je al snel in het circus van een populair skioord. Reserveren is verplicht, de plekken zijn krap en voor je het weet sta je met je camper op een veredelde asfaltplaat voor de prijs van een hotelkamer.
Precies om die reden start ik mijn oude Ducato juist in de winter. Niet voor de après-ski of de zwarte pistes, maar voor de stilte. En die vind je volop in het Thüringer Wald. Een middelgebergte in het hart van Duitsland, dat de meeste Nederlanders links laten liggen op weg naar het zuiden. Hun verlies, ons geluk. Hier vind je geen polonaises, maar wel uitgestrekte, besneeuwde bossen en dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.
Een wereld van gedempte geluiden
Rijden door het Thüringer Wald in de winter is een belevenis. De dennenbomen buigen zwaar onder een pak sneeuw. De wereld is wit en de geluiden zijn gedempt. Het enige wat je hoort is het knisperen van je eigen banden. Je volgt de slingerende Bundesstraßen, zoals de B88 of de B4, die je dieper het woud in leiden. Grote toeristenbussen kom je hier niet tegen.
De sfeer is er een van eenvoud. Uit de schoorstenen van de vakwerkhuizen in dorpen als Schmalkalden of Friedrichroda kringelt rook omhoog. Het ruikt naar houtkachels en natte aarde. Dit is de ideale plek voor wie van wandelen of langlaufen houdt. De beroemde Rennsteig, een 170 kilometer lang pad over de bergkammen, is in de winter een sprookjesachtig parcours. Je parkeert de camper aan de rand van een loipe, trekt je schoenen aan en stapt zo de stilte in.
Met een grotere camper moet je wel even opletten. De wegen zijn goed onderhouden, maar kunnen na een verse sneeuwbui best glad zijn. Een paar jaar geleden reed ik me bijna vast op een steil stukje net buiten Tambach-Dietharz. Goede winterbanden zijn een must, en sneeuwkettingen in de berging hebben liggen is geen overbodige luxe. De beloning is echter groot: plekken waar je alleen staat, met een uitzicht dat niet in een reisgids te vangen is.
Waar de lokale bevolking nog de dienst uitmaakt
Op de kaarten van Park4Night wordt deze regio vaak overgeslagen, en dat is onterecht. Ervaren Duitsland-gangers weten dat je hier nog de echte Stellplätze vindt. Geen hightech camperparken, maar een paar plekken achter een Gasthof of bij een lokale sportvereniging. Toen ik hier de laatste keer was, in de buurt van Oberhof, sprak ik een oude boswachter. Hij begreep niets van de drang om met duizenden tegelijk op een kluitje te gaan staan. “Hier is toch ruimte genoeg?”, zei hij, en hij wees naar de witte heuvels om ons heen. En gelijk heeft hij.
De ‘Need to knows’ voor het Thüringer Wald
- Beste reistijd: Half januari tot eind februari. Dan is de kans op een goed pak sneeuw het grootst en zijn de Duitse vakanties voorbij.
- Type camperplaats: Verwacht geen luxe. Het zijn vaak eenvoudige Stellplätze of parkeerplaatsen bij wandelroutes waar overnachten wordt gedoogd. Soms met een stroompaal, vaak met niets meer dan een vuilnisbak.
- Prijsindicatie: Veel plekken zijn gratis. Voor een plek met voorzieningen betaal je zelden meer dan €15 per nacht.
- Waarschuwing: Vertrouw je navigatiesysteem niet blindelings. Het stuurt je zo een onverharde bosweg op die in de winter is afgesloten. Houd de grotere, genummerde wegen aan.
Zet de kachel maar vast aan. Terwijl de rest in de file staat richting de Alpen, geniet jij van een kop koffie terwijl de sneeuwvlokken zachtjes op je dakraam tikken. Dat is pas winterkamperen.