Het is de droom van bijna elke camperaar: een maand lang dwalen door de eindeloze bossen van Zweden en langs de diepe fjorden van Noorwegen. “Scandinavië is duur,” hoor je altijd, maar hoe diep moet die buidel nu werkelijk zijn anno 2026? In mijn tien jaar op de weg heb ik heel wat budgetten zien sneuvelen op de Noorse rotsen. Ik besloot de proef op de som te nemen en een maand lang elke cent – van de duurste ferry tot het goedkoopste pak melk bij de Lidl – te noteren.
Laten we eerlijk zijn: als gepensioneerd technicus houd ik van cijfers die kloppen. Geen vage schattingen, maar de harde realiteit van de pomp en de kassa. De uitslag van onze rekensom was zelfs voor een ervaren rot zoals ik even slikken. We hadden gerekend op een flink bedrag, maar de optelsom van brandstof, tol en die “onvermijdelijke” Noorse supermarktbezoeken liep sneller op dan de temperatuur in een Zuid-Spaanse zomer.
De verborgen dief: Brandstof en de ‘Zweedse verrassing’
De grootste hap uit het budget is zonder twijfel de diesel. In januari 2026 zagen we prijzen in Zweden die schommelden rond de 16,50 SEK (ongeveer €1,45), wat op het eerste gezicht meevalt. Maar onderschat de afstanden niet. Een rondje Scandinavië tikt moeiteloos de 5.000 kilometer aan. Met een gemiddelde camper die 1 op 9 loopt, praat je over ruim €800 aan brandstof alleen.
Onderzoek onder ervaren camperaars wees uit dat de meeste reizigers hun brandstofkosten met maar liefst 20% onderschatten. Waarom? Omdat je in de bergen van Noorwegen simpelweg veel meer verbruikt dan op de vlakke Nederlandse snelweg. Je motor moet werken, en dat merk je direct aan de pomp.
Supermarkt-survival: De Action-strategie
Dan het eten. Noorwegen is berucht, en terecht. Een liter melk tikt de €2 aan en voor een simpel brood ben je zo €4 kwijt. Wij hebben dit opgelost met wat ik de ‘Action-strategie’ noem: neem alles wat lang houdbaar is mee vanuit Nederland. Onze garage stond vol met grootverpakkingen pasta, koffie, blikken soep en houdbare melk.
Toch moet je lokaal versproducten kopen. Een realistisch maandbudget voor boodschappen voor twee personen, als je een beetje op de kleintjes let en de dure alcohol (een biertje in de winkel kost al snel €4,50) laat staan, komt uit op ongeveer €700. Dat is inclusief de “verplichte” Noorse garnalen en af en toe een luxe Zweeds gebakje.
Tol, bruggen en de onzichtbare kosten
Wat veel mensen vergeten, zijn de kosten om er überhaupt te komen en daar te mogen rijden. De overtocht en de tolpoortjes zijn de sluipmoordenaars van je budget:
- Ferry Kiel-Göteborg: Reken voor een camper op €300 tot €450 voor een enkele reis.
- De Grote Beltbrug en Sontbrug: Samen ben je voor een retour al snel €160 tot €200 kwijt als je camper langer is dan 6 meter.
- Autopass in Noorwegen: De camera’s registreren alles. Na een maand door de fjorden rijden kregen wij een digitale rekening van zo’n €120 aan tol en kleine veerpontjes.
De eindafrekening: Wat ben je kwijt?
Als we alles bij elkaar optellen – en dan gaan we uit van veel vrij kamperen (Allemansrecht!) en slechts af en toe een betaalde camperplaats van gemiddeld €35 – dan ziet de maandbalans er als volgt uit:
- Brandstof (5.000 km): €810
- Boodschappen & Gas: €750
- Ferry’s & Bruggen: €550
- Tol & Kleine veren: €120
- Overnachtingen (mix vrij/betaald): €250
Totaal: €2.480 per maand.
Dat is een flinke smak geld voor vier weken vrijheid. Natuurlijk kan het goedkoper als je minder kilometers maakt of alleen in Zweden blijft, maar dit is de realiteit voor wie het hele rondje wil doen.
Scandinavië is geen vakantie voor de krappe beurs, maar met een slimme voorraadkast en een nuchtere blik op je route is het elke euro waard. De stilte aan een spiegelglad meer en het licht van de middernachtzon zijn immers niet in geld uit te drukken. Bereid je technisch en financieel goed voor, dan kom je niet voor verrassingen te staan wanneer de laatste Noorse kroon uit je portemonnee rolt.